Een hond verteld

Onderstaand epistel is niet van mij maar te goed om niet op The BOFH te kwakken. Lees goed als je geen hoek op je muil/bakkes, dierenartsrekening en een gepeperde boete wilt, laat je hond dan niet in de auto met deze hitte. No really, DON’T.

Ik hoop dat mensen eindelijk eens gaan beseffen hoe gevaarlijk het is…..

En toen was plotseling dat gezicht daar. En terwijl alle geluiden wegsterven en ik wegzak in een coma, hoor ik gegil. Brekend glas. Glas op mijn vacht en een paar handen onder mijn buik. “Voorzichtig! Hij leeft nog…” Er plonst water in mijn bek en over mijn buik. Iemand schreeuwt om natte handdoeken. Er komt een auto met veel lawaai aan, het is politie.

Er verzamelt zich een menigte om mij heen en ik zie allemaal vreemde gezichten. Het water is lekker, maar mijn hart blijft maar tekeer gaan. Ik wil kwispelen, ik ben zo blij. Betekend dit dat ik straks naar het strand mag?

Ik word in een dierenambulance gedragen, ik krijg een infuus met zoutoplossing en de airco wordt langzaam aangezet. Zuurstof, een aai over mijn bol. Ik voel me iets beter en kijk om mij heen. De gezichten staan iets minder bezorgd. Gelukkig. Ik kan niet stoppen met kwispelen, maar de mensen zegen dat ik rustig moet doen.

Een paar uur lang word ik verzorgd in de kliniek. Ik krijg zelfs een lekker koekje! Ik voel mij beter, alleen nog wat duizelig. Volgens de mensen heb ik geluk gehad; een minuut langer en ik was dood geweest.

Dan gaat de deur open en komt mijn baas binnen… Ik kwispel en kijk naar zijn gezicht.
Een blauw oog en een flinke buil op zijn hoofd. Zijn mondhoeken hangen naar beneden. “Het spijt mij zo, knul.” zegt hij. De mensen van de kliniek kijken behoorlijk boos. Of….. teleurgesteld.

Mijn baas wordt in het kantoor stevig toegesproken terwijl hij over zijn hoofd en oog blijft wrijven. Dan voel ik een hand op mijn kop. “Jongen, je baas heeft geluk gehad dat wij die vriendelijke menigte konden tegenhouden, maar dat blauwe oog, dat gunden we hem een beetje.” Het gezicht knipoogt als een lief gebaar naar mij. Ik steek mijn oren in de lucht.

Baas kreeg geen zak met ijs, en ook geen aai over zijn bol. Maar een flinke boete, gepeperde dierenartsrekening en een stomp op zijn ogen.

Deze stranddag zal hij zich nog lang herinneren. En ik? Als het warm is, dan blijf ik lekker thuis. Op de koude tegels en met een verse bak water. Want een hond in de auto met warm weer, dat kan en dat mag niet en is het toppunt van menselijke egoïsme.